Toy Story

Vorkie

1 2 weergaven 16 uur geleden

Zwart-witte kleurplaat van Vorkie uit Toy Story, met een wit vorklepellichaam, ongelijke wiebelogen en kronkelende armen

Er ligt iets vreemds op de knutseltafel. Het heeft twee wiebelogen, rode armen en een blauwe mond, maar het blijft volhouden dat het helemaal geen speelgoed is. Vorkie heeft duidelijk nog een heleboel vragen. Met deze Vorkie uit Toy Story 5 kleurplaat kunnen kinderen het grappige knutselfiguur uitprinten, inkleuren en uitbreiden met een zelfbedachte vraag, achtergrond of nieuwe versiering.

Vorkie, oorspronkelijk Forky genoemd, ziet er heel anders uit dan de meeste bewoners van de speelgoedkamer. Hij draagt geen cowboyhoed, ruimtepak of glimmende jurk. Zijn lijf bestaat uit een witte plastic wegwerpvork die ook iets van een lepel heeft. Bovenaan zitten afgeronde punten, terwijl het brede midden genoeg witte ruimte overlaat om met schaduw te oefenen. Juist doordat hij uit eenvoudige onderdelen bestaat, valt ieder klein kleurvlak meteen op.

Wie Vorkie wil inkleuren zoals hij meestal te zien is, hoeft zijn hele lijf niet wit te verven. Het papier zorgt al voor die kleur. Met een lichtgrijs kleurpotlood kan langs één zijkant een dun schaduwrandje worden gezet. Een heel zacht blauw werkt ook, zolang het midden helder blijft. Kinderen die nog niet vaak schaduwen tekenen, kunnen deze stap gewoon overslaan en meteen met zijn gezicht beginnen.

Dat gezicht kan tijdens het kleuren voortdurend van stemming veranderen. De twee wiebelogen zijn niet even groot en zitten niet keurig naast elkaar. Daardoor hoeft niemand met een liniaal te controleren of alles recht staat. Wanneer de pupillen allebei omhoog kijken, lijkt Vorkie diep na te denken. Kijkt het ene oog naar links en het andere naar rechts, dan lijkt hij niet te weten wat er om hem heen gebeurt. Met twee kleine zwarte stippen ontstaat dus al een heel nieuw gezicht.

Zijn rode wenkbrauw helpt daar flink bij. De gebogen vorm boven zijn ogen kan scherp, rond of een beetje scheef worden ingekleurd. Een donkerrood randje aan de onderkant geeft wat diepte, terwijl een lichtere rode kleur bovenaan het zachte knutselmateriaal laat opvallen. Op een tweede print kunnen kinderen de stand van de wenkbrauw voorzichtig veranderen. Zo ontstaat een verbaasde Vorkie, een nieuwsgierige Vorkie of een versie die duidelijk over een lastige vraag piekert.

De blauwe mond vormt het opvallendste kleurvlak in het midden van zijn gezicht. Een kleurpotlood is handig wanneer de randen smal zijn. Met een viltstift wordt het blauw feller, maar dan is één rustige laag meestal genoeg. Te vaak over dezelfde plek gaan kan dun papier nat maken. Roze wangen geven daarna twee kleine kleuraccenten die snel klaar zijn, ook wanneer een kind niet lang achter elkaar wil kleuren.

De armen lijken op rode pijpenragers die om zichzelf heen zijn gedraaid. Wie ze als één gladde strook inkleurt, krijgt al een duidelijk resultaat. Voor extra structuur kunnen er korte, gebogen streepjes langs de armen worden getekend. Ze hoeven niet allemaal dezelfde lengte te hebben. Juist een beetje verschil laat het oppervlak zachter en pluiziger lijken.

Bij jonge kinderen kan de activiteit eenvoudig blijven. De armen worden rood, de mond blauw, de wangen roze en de wenkbrauw krijgt dezelfde kleur als de armen. Dat levert snel een herkenbare Vorkie-kleurplaat op. Kinderen van ongeveer negen of tien jaar kunnen twee tinten rood gebruiken, kleine schaduwen toevoegen en de richting van ieder bochtje volgen. Zo blijft dezelfde tekening interessant voor verschillende leeftijden.

Onderaan krijgt de kleurplaat weer een ander soort detail. Vorkies voeten lijken uit stukjes hout te bestaan. Beige, lichtbruin en honingkleur passen goed bij die delen. Een paar dunne lijnen in de lengterichting doen denken aan houtnerf. Het is niet nodig om ieder stukje helemaal vol te tekenen. Drie of vier ongelijke lijntjes geven vaak al genoeg effect.

De witte massa waarmee zijn lijf en voeten aan elkaar lijken te zitten, kan grotendeels ongekleurd blijven. Een lichte grijze schaduw langs de onderkant maakt het verschil tussen de vorm en de witte achtergrond zichtbaar. Wanneer de kleine regenboogversiering op de voet in de tekening staat, kunnen scherpe kleurpotloden worden gebruikt om de smalle strookjes apart in te kleuren.

Een tweede exemplaar van de printable geeft ruimte voor een zelfverzonnen sticker. In plaats van een regenboog kan er een ster, voetbal, hartje, wolk of beginletter op de voet komen. Deze versieringen horen niet bij een officiële filmversie. Ze maken van de print een eigen knutsel-Vorkie die door het kind is bedacht.

In Toy Story 4 wordt Vorkie door Bonnie als knutselwerkje gemaakt. Hij ziet zichzelf als afval en begrijpt niet waarom hij tussen haar andere speelgoed thuishoort. Woody probeert hem te leren wat het betekent om speelgoed van een kind te zijn en waarom Bonnie aan hem gehecht is. Disney Nederland gebruikt voor het personage de naam Vorkie en beschrijft hem als Bonnies zelfgeknutselde speeltje.

Die oorsprong geeft de kleurplaat een leuke eigenschap: een lijn hoeft niet kaarsrecht te zijn om bij Vorkie te passen. Zijn ogen staan al ongelijk, de armen maken verschillende bochten en de mond lijkt met de hand gevormd. Wanneer een kleurpotlood een stukje buiten de lijn komt, ziet het resultaat er nog steeds uit als een zelfgemaakt speelgoedfiguur. Dat maakt hem prettig om te kleuren voor kinderen die snel denken dat een tekening mislukt is.

Rondom Vorkie kan een knutseltafel worden getekend zonder echte kleine onderdelen of afval te gebruiken. Een pot met kleurpotloden, een vel gekleurd papier en een plakbandrol zijn al genoeg om een plaats te maken waar hij net gemaakt zou kunnen zijn. Het gaat om een zelfbedachte achtergrond, niet om een specifieke scène uit de film.

Wie liever een klein verhaal tekent, kan beginnen met één verdwaald voorwerp naast Vorkie. Misschien ligt er een gum die denkt dat hij een kussen is, of een dop die graag een hoed wil worden. Het kind geeft het voorwerp ogen, bedenkt een naam en tekent er een tekstballon bij. Alles blijft op papier, zodat lijm, ijzerdraad en losse plastic onderdelen niet nodig zijn.

Vorkie is ook bekend van de korte Disney+-afleveringen Vorkie stelt een vraag. Daarin vraagt hij zich af wat gewone dingen eigenlijk betekenen. De Nederlandse titels gaan onder meer over vriendschap, kunst, tijd, liefde, computers, geld, huisdieren, lezen en kaas. De afleveringen verschenen in 2019 en werden geregisseerd door Bob Peterson.

Dat idee kan rechtstreeks naast de tekening terechtkomen. Teken een grote tekstballon en verzin een vraag die past bij iets in huis of op school. Vorkie zou kunnen vragen waarom potloden steeds korter worden, of een schooltas zich verveelt tijdens de vakantie en waar losse sokken naartoe verdwijnen. Deze zinnen zijn speciaal voor de kleuractiviteit bedacht en komen niet uit de films of korte afleveringen.

Kinderen die nog niet zelfstandig schrijven, kunnen hun vraag hardop vertellen. Een volwassene schrijft hem daarna in de ballon. Wie al langere zinnen maakt, kan eerst met potlood bepalen hoe groot de letters moeten worden. Bij een extra lange vraag kunnen twee tekstballonnen boven elkaar worden getekend.

De vraag kan bepalen welke achtergrond erbij komt. Wanneer Vorkie wil weten waarom kleurpotloden korter worden, passen een puntenslijper en wat getekende slijpsels naast hem. Bij een vraag over schooltassen kan hij in een open rugzak staan. Wie een vraag over boeken bedenkt, kan een stapel prentenboeken achter hem tekenen. Zo ontstaat de scène vanuit het verhaal van het kind, in plaats van uit een vaste opdracht.

Niet ieder stukje wit papier hoeft gevuld te worden. Omdat Vorkies lijf grotendeels wit is, kan een erg drukke achtergrond hem minder duidelijk maken. Twee of drie grote voorwerpen werken meestal beter dan tientallen kleine details. Een eenvoudige schaduw onder zijn voeten zorgt er al voor dat hij niet lijkt te zweven.

Een leuke tekenopdracht begint bij het verschil tussen fabrieksmatig speelgoed en een knutselwerkje. Kinderen kunnen bij Vorkie aanwijzen welke delen van plastic, hout en zacht knutselmateriaal lijken te zijn gemaakt. Daarna tekenen ze zelf een speelgoedvriend met drie eenvoudige vormen. Een kartonnen koker kan een lijf worden, een rechthoek een tas en twee cirkels kunnen als ogen dienen.

De nieuwe figuur krijgt een naam en één bijzondere eigenschap. Misschien durft hij alleen te praten wanneer niemand kijkt, of denkt hij dat ieder boek een deur is. Het gaat om een verzonnen spel dat aansluit bij Vorkies zelfgemaakte uiterlijk. Er hoeft niets echt gebouwd te worden.

Met twee afdrukken kan een kleurvergelijking worden gemaakt. De eerste Vorkie krijgt zijn bekende witte lijf, rode armen, rode wenkbrauw, blauwe mond en roze wangen. De tweede krijgt een thema dat het kind zelf kiest. Daardoor is meteen te zien hoeveel invloed kleuren op dezelfde lijntekening hebben.

Een Vorkie voor een ruimtereis kan paarse armen, kleine sterren en een planeetsticker krijgen. Voor een onderwaterversie passen blauwe golven, luchtbelletjes en groene patronen. Een herfst-Vorkie kan worden versierd met oranje bladeren en bruine stippen. Geen van deze ontwerpen is een officieel uiterlijk uit Toy Story. Het zijn kleurideeën om vrij te tekenen en schilderen.

Ook de seizoenen bieden een Nederlandse opdracht die kinderen makkelijk herkennen. In een winterachtergrond krijgt Vorkie een getekende muts en staan er sneeuwvlokken om hem heen. Voor de lente verschijnen tulpen en lichte kleuren. Een zomerse versie kan bij een getekend zwembad staan, terwijl in de herfst blaadjes over de knutseltafel waaien.

De muts, bloemen en andere toevoegingen zijn eigen tekeningen. Ze hoeven niet precies te passen of op bestaande kleding uit de films te lijken. Juist omdat Vorkie als knutselproject is ontstaan, voelt een los getekend onderdeel niet vreemd aan.

Een klein zoekspel kan de kleurplaat langer bruikbaar maken. Een ouder of leerkracht noemt een kleur of vorm, waarna het kind de passende plek aanwijst. Bij blauw wordt de mond gezocht, bij rood de armen of wenkbrauw en bij rond de ogen. Oudere kinderen kunnen zelf raadselzinnen bedenken.

“Ik ben blauw en verander zijn gezicht” wijst naar de mond. “We zijn met z’n tweeën, maar niet even groot” gaat over de ogen. “Ik ben lang, rood en kronkelig” beschrijft de armen. Omdat de antwoorden allemaal in de figuur te vinden zijn, blijft het spel dicht bij de kleurplaat.

In een klas kan ieder kind dezelfde Vorkie-print krijgen met een andere opdracht. Een groep werkt aan gezichten, een andere groep verzint vragen en de rest tekent een plek waar Vorkie terechtkomt. Wanneer de tekeningen bij elkaar hangen, ontstaat geen rij identieke platen, maar een verzameling verschillende verhalen.

Kinderen hoeven hun werk niet te vergelijken op netjes of mooi. Ze kunnen vertellen welke vraag ze hebben bedacht, waarom een bepaalde kleur is gekozen en wat er op de achtergrond gebeurt. Daardoor krijgt ieder vel een eigen verhaal, zelfs wanneer iedereen met dezelfde lijnen begon.

Thuis kan iemand samen met het kind kleuren. De ene persoon kiest de blikrichting van de ogen, de andere bepaalt de mond. Daarna wordt besproken welke stemming daarbij past. Bij een lastige vraag kan Vorkie nadenkend kijken. Bij een gekke ontdekking mogen de ogen alle kanten op.

De rollen kunnen daarna worden omgedraaid. Het kind verzint een uitdrukking en de volwassene probeert te raden wat Vorkie denkt. Hiervoor zijn geen extra spelregels nodig. De vorm van zijn gezicht levert vanzelf genoeg mogelijkheden op.

De Pixar-presentatie van Toy Story 5 laat zien dat Forky, in Nederland Vorkie genoemd, inmiddels graag speelgoed is. Hij vormt een stel met Karen Beverly, een tot speelgoed gemaakte plastic mesfiguur, en de twee gaan trouwen. Vorkie helpt haar begrijpen wat hij zelf over afval, het leven en speelgoed-zijn heeft geleerd.

Deze bevestigde informatie kan worden gebruikt voor een getekende felicitatiekaart zonder een filmscène te verzinnen. Kinderen tekenen hartjes van papier, slingers, confetti of een vrolijke rand rond Vorkie. Ze hoeven niet te voorspellen hoe de bruiloft in de film eruitziet. De pagina wordt simpelweg een eigen feestelijke kleurplaat.

Een andere opdracht gaat over reparaties. Op een tweede print kan Vorkie een getekende pleister, extra sticker of gekleurde versteviging op een arm krijgen. Het kind bedenkt daarna waarom die reparatie nodig was. Misschien zat hij vast tussen twee boeken of viel hij uit een schooltas. Dit zijn verzonnen gebeurtenissen voor de tekening en geen scènes uit Toy Story 5.

Voor het inkleuren zijn gewone kleurpotloden, waskrijtjes en viltstiften voldoende. Kleurpotloden zijn handig voor de ogen, mond en kleine versieringen. Waskrijtjes vullen bredere stukken snel. Viltstiften maken de rode en blauwe delen fel, maar een leeg vel onder de kleurplaat voorkomt vlekken op tafel wanneer de inkt door het papier trekt.

Wie liever wil schilderen, kan een kleine hoeveelheid plakkaatverf gebruiken op wat steviger papier. Een dun penseel past bij de mond en wangen. Langs het witte lijf is maar weinig grijze verf nodig. Eerst laten drogen voordat een volgende kleur wordt gebruikt, voorkomt dat rood, blauw en roze door elkaar lopen.

Vorkie blijft herkenbaar door een handvol vreemde onderdelen die samen ineens een gezicht vormen. De ongelijke ogen, kronkelarmen, rode wenkbrauw en blauwe mond lijken nooit precies hetzelfde te staan. Iedere afdruk krijgt daardoor vanzelf een eigen blik. Soms kijkt hij alsof hij eindelijk een antwoord heeft gevonden, maar meestal lijkt er alweer een nieuwe vraag onderweg.