Toy Story

Jessie

0 2 weergaven 15 uur geleden

Kleurplaat van Jessie uit Toy Story 5 met cowboyhoed, rode vlecht en westernkleding

Er ligt één rood kleurpotlood precies voor Jessies laars, alsof ze zelf heeft besloten waar het inkleuren moet beginnen. Misschien wil ze eerst haar bekende cowboyhoed terug, of vindt ze dat haar lange vlecht dringend wat kleur kan gebruiken. Op deze kleurplaat van Jessie uit Toy Story 5 staat de vrolijke cowgirl klaar voor een nieuw avontuur. Je kunt de afbeelding eenvoudig uitprinten en daarna inkleuren met kleurpotloden, waskrijtjes, viltstiften of verf.

Voordat de kleurdoos opengaat, kun je van het kiezen van de kleuren al een spelletje maken. Leg drie potloden naast de tekening: één kleur die goed bij Jessie past, één kleur die je normaal nooit voor een cowboypak zou kiezen en één kleur die je gewoon heel mooi vindt. Probeer ze alle drie ergens in de afbeelding te gebruiken. Zo krijgt de kleurplaat iets vertrouwds, iets grappigs en iets dat helemaal bij de maker hoort.

Jessie is makkelijk te herkennen aan haar grote cowboyhoed, rode vlecht en opvallende kleding. Toch zitten er in haar outfit veel meer details dan je op het eerste gezicht ziet. De rand van haar hoed heeft lichte stikselstrepen, haar blouse is versierd met rode krullen en aan haar benen draagt ze beenstukken met een zwart-witte koeienprint. Daaronder is haar blauwe spijkerbroek te zien, terwijl haar bruine riem en laarzen voor warme kleuren zorgen.

Wie graag grote vlakken inkleurt, kan beginnen bij de hoed. In de films is die helder rood, maar op een kleurplaat hoeft niemand zich aan de bekende kleuren te houden. Een donkergroene hoed met gele sterren kan net zo goed, net als een paarse versie met kleine maantjes langs de rand. Door bovenaan iets lichter te kleuren en bij de rand harder op het potlood te drukken, lijkt de hoed een beetje rond te staan.

De witte steken langs de hoedrand vormen een klein spoor dat helemaal rondom loopt. Jonge kinderen kunnen elk streepje met dezelfde kleur overtrekken. Oudere kinderen kunnen een patroon bedenken, bijvoorbeeld wit, geel, wit, geel, of rood, blauw, rood, blauw. Wie liever tekent dan netjes binnen de lijnen kleurt, kan tussen de steken kleine hartjes, stippen of sheriffsterren toevoegen.

Jessies haar lijkt niet op gewoon poppenhaar. Haar rode haar is gemaakt van draad en zit vast in een dikke vlecht met een geel strikje aan het uiteinde. Dat maakt dit deel van de afbeelding heel geschikt voor verschillende tekentechnieken. In plaats van de vlecht als één rood vlak in te kleuren, kun je de gedraaide lijnen volgen met rood, oranje, roestbruin en donkerrood. De kleuren lopen dan als losse draden door elkaar.

De vlecht kan ook een echt voelbaar onderdeel van het knutselwerk worden. Laat een volwassene een paar korte stukjes rode wol knippen en plak die met een lijmstift over de lijnen van het haar. Een klein stukje geel papier kan het strikje vormen. Voor zo’n collage is stevig tekenpapier handiger dan dun printerpapier, omdat het minder snel omkrult door de lijm.

Wie de kleurplaat alleen met potloden of waskrijtjes wil inkleuren, kan hem gewoon op normaal wit papier afdrukken. Voor waterverf of plakkaatverf is wat dikker papier prettiger. Het helpt om een oude placemat of een extra vel onder de tekening te leggen. Dan hoeft niemand bang te zijn dat een viltstift doordrukt of dat er een kloddertje verf op tafel terechtkomt.

De blouse van Jessie brengt rustige en drukke delen bij elkaar. Grote stukken blijven meestal wit, terwijl de schouders en manchetten geel zijn. Wit hoeft op een kleurplaat niet helemaal kleurloos te blijven. Een beetje lichtblauw of zachtgrijs langs de naden maakt de stof beter zichtbaar. Het midden blijft wit, maar de schaduwen geven de blouse toch vorm.

De rode versieringen op de blouse kronkelen in smalle bochten. Daar komt een scherp kleurpotlood goed van pas. Kinderen die nog niet zo precies willen werken, kunnen de vormen iets dikker maken of er een eigen patroon omheen tekenen. Een rode krul kan uitgroeien tot een bloem, een zonnetje of een lange slinger die over de blouse loopt. Zo hoeft een klein uitschietertje niet te worden uitgegumd, maar wordt het onderdeel van het ontwerp.

Jessie draagt twee grote, lichte knopen. Die kunnen wit blijven met een grijs randje, maar ze zijn ook geschikt voor een miniatuurtekening. Op de ene knop past een piepkleine ster en op de andere een hoefijzer. Met een metallic potlood kunnen ze zilver of goud worden. Wie geen glimmende potloden heeft, laat op iedere knop een klein wit rondje open. Dat ziet eruit als een lichtvlek.

In het midden van haar outfit zit een donkere riem met een goudkleurige gesp in de vorm van een stierenkop. Omdat de gesp vrij klein is, valt een felle kleur hier extra op. Geel en oker werken goed voor goud. Een bruine rand maakt de vorm duidelijker. De riem zelf kan donkerbruin worden, met lichtere streepjes die op leer lijken.

Je kunt van de riem ook een geheime opbergplek maken. Teken naast de gesp een piepklein vakje waarin Jessie iets meeneemt voor haar missie. Misschien zit er een opgerold kaartje in, een sleutel van de speelgoedkist of een briefje voor Buzz Lightyear. Het voorwerp hoeft niet uit de film te komen. Het hoort bij het verhaal dat tijdens het kleuren op het papier ontstaat.

De beenstukken met koeienprint zijn waarschijnlijk het vrijste deel van de hele afbeelding. Bij een klassieke Jessie blijven de achtergrondvlakken wit en worden de onregelmatige vlekken zwart. Omdat koeienvlekken geen vaste vorm hebben, kan er bijna niets misgaan. De ene vlek wordt rond, de andere langwerpig en een derde krijgt een kronkelende rand.

Voor een fantasieversie mogen alle vlekken een andere kleur krijgen. Roze en paars passen bij een vrolijke feestoutfit, terwijl groen en blauw kunnen horen bij een avontuurlijke tocht door een speelgoedjungle. Je kunt in een paar vlekken ook kleine symbolen verstoppen. Laat iemand na het kleuren zoeken naar drie sterren, twee letters en één heel klein hartje.

Onder de beenstukken is Jessies blauwe spijkerbroek zichtbaar. Twee tinten blauw geven het materiaal een jeansachtig uiterlijk. Kleur eerst lichtblauw over het hele vlak en voeg daarna donkerblauwe lijnen toe bij de randen en vouwen. Wie met waskrijtjes werkt, kan korte streepjes in verschillende richtingen zetten. Daardoor lijkt de broek minder glad dan de hoed of de riem.

De bruine cowboylaarzen kunnen eruitzien alsof Jessie net door een stoffig speelgoedlandschap heeft gereden. Gebruik lichtbruin in het midden en donkerbruin bij de zolen. Kleine gele sterren maken er echte sherifflaarzen van. Een kind kan ook op iedere laars een letter tekenen, bijvoorbeeld een J voor Jessie en een B voor Bonnie of Bullseye.

In Toy Story 5 heeft Jessie een belangrijke taak in Bonnie’s kamer. Ze is de nieuwe sheriff van de speelgoedgroep en leidt haar vrienden tijdens een missie om Bonnie te helpen contact te maken met andere kinderen. Wanneer Lilypad, een slimme tablet in de vorm van een kikker, steeds meer van Bonnie’s aandacht krijgt, verandert er iets aan de vertrouwde speeltijd. Jessie wil haar kind blijven helpen en vertrekt samen met haar trouwe paard Bullseye.

Jessie en Bullseye raken tijdens hun tocht van de rest van het speelgoed gescheiden. Dat gegeven kan op de kleurplaat veranderen in een zelfbedachte zoekactie. Teken rondom Jessie drie wegen. Eén loopt langs een stapel boeken, één verdwijnt achter een doos en één gaat onder een deken door. Aan het einde van een van de routes wacht Bullseye. De andere paden kunnen eindigen bij grappige verrassingen, zoals Rex in een mand of Hamm achter een blokkentoren.

Bullseye hoeft niet helemaal in beeld te staan. Twee paardenoren boven een doos zijn al genoeg om te laten zien dat hij zich daar verstopt. Een rij hoefafdrukken over de vloer werkt ook. Maak de afdrukken eerst met potlood en kleur ze daarna bruin of grijs. Sommige sporen kunnen steeds kleiner worden, alsof Bullseye verder weg loopt, terwijl andere juist groter worden wanneer hij dichterbij komt.

Kinderen die graag een volledige achtergrond tekenen, kunnen Bonnie’s kamer ombouwen tot een enorm speelgebied. Een kussen verandert in een berg, een liniaal wordt een brug en de opening onder het bed lijkt op een donkere tunnel. Een rij bouwblokken vormt een hek waar Jessie en Bullseye overheen moeten. Omdat speelgoed klein is, kan een alledaags voorwerp op de tekening ineens reusachtig lijken.

Lilypad kan aan de andere kant van het vel worden getekend als een glad scherm met kikkerogen. Zet traditionele speelgoedspullen rond Jessie en digitale symbolen rond Lilypad. Het kind kan daarna bedenken hoe beide kanten toch samen een spel zouden kunnen spelen. Misschien laat Lilypad een kaart zien, terwijl Jessie de route volgt. Misschien gebruikt Bonnie het scherm om muziek aan te zetten voor een grote speelgoedparade.

Deze zelfbedachte situaties zijn geen scènes uit de film. Ze geven kinderen juist de ruimte om te bepalen wat er gebeurt. De ene Jessie probeert een vriend te vinden, terwijl een andere een spel organiseert waar ieder speelgoed aan mee kan doen. Door een paar voorwerpen toe te voegen, krijgt dezelfde kleurplaat steeds een ander verhaal.

Jessie verscheen voor het eerst in Toy Story 2. Woody ontdekte toen dat hij ooit de ster was van een oude televisieserie waarin Jessie, Bullseye en Stinky Pete ook voorkwamen. Jessie had vroeger bij een meisje met de naam Emily gehoord. Toen Emily ouder werd, bleef de pop achter en zat ze lange tijd opgeborgen in een doos.

Die ervaring verklaart waarom Jessie zich ongemakkelijk kan voelen in kleine, afgesloten ruimtes. Toch is ze meestal opgewekt, energiek en klaar om haar vrienden te helpen. Haar verhaal laat op een kindvriendelijke manier zien dat een dapper personage ook ergens bang voor mag zijn. Tijdens het kleuren kun je bedenken welke plek Jessie juist een veilig gevoel zou geven. Teken bijvoorbeeld een open speelgoedkist, een zacht kleed of Bullseye vlak naast haar.

Haar vrolijke gejodel past goed bij een luisterspelletje. Teken een tekstballon naast Jessie en bedenk wat ze roept. Misschien verzamelt ze de speelgoedgroep, geeft ze Bullseye een aanwijzing of roept ze dat de missie begint. Kinderen die al schrijven, kunnen zelf een korte zin noteren. Jongere kinderen vertellen hun tekst aan een volwassene, die de woorden in de ballon schrijft.

Een lege tekstballon kan ook zonder letters worden gevuld. Een getekend hart betekent dat Jessie aan Bonnie denkt. Een uitroepteken laat zien dat ze iets belangrijks heeft ontdekt. Een kleine kaart geeft aan dat ze de weg zoekt. Zo ontstaat er toch een verhaal, ook als het kind nog niet kan lezen of schrijven.

Voor een activiteit met meerdere kinderen kun je dezelfde Jessie kleurplaat een paar keer uitprinten. Ieder kind krijgt een ander soort omgeving. De eerste tekent een gewone slaapkamer, de tweede maakt een wildwestlandschap en de derde verandert de kamer in een ruimtebasis voor Buzz Lightyear. Wanneer de tekeningen naast elkaar liggen, lijkt het alsof Jessie op één dag door drie totaal verschillende werelden heeft gereisd.

Een andere opdracht begint met slechts vier kleuren. Kies vooraf rood, geel, blauw en bruin, of maak juist een onverwachte combinatie met paars, groen, oranje en roze. Alles op de pagina moet met die vier tinten worden ingekleurd. Kinderen merken dan dat dezelfde kleur op verschillende plekken anders kan werken. Paars kan geschikt zijn voor een hoed, maar ook voor schaduwen in de broek of kleine details op de laarzen.

De materialen hoeven niet allemaal tegelijk op tafel te liggen. Met kleurpotloden zijn de blouseversieringen en de gesp goed te doen. Waskrijtjes werken prettig op de grote delen van de hoed en broek. Viltstiften geven heldere kleuren, maar vragen wat meer aandacht bij smalle randen. Verf zorgt voor brede, zachte vlakken en kan na het drogen met potlood worden aangevuld.

Een leuke schildertechniek gebruikt een wit waskrijtje en waterverf. Teken eerst witte sterren, stippen of stiksels op de hoed. Schilder daarna voorzichtig met rode waterverf over het vlak. De was neemt de verf niet op, waardoor de verborgen tekens zichtbaar worden. Gebruik niet te veel water, zodat het papier stevig blijft.

Na het inkleuren kan de afbeelding onderdeel worden van een zelfgemaakt speelgoedpaspoort. Schrijf naast Jessie haar naam, haar taak als sheriff en drie dingen die zij goed kan. Kinderen kunnen tekenen in plaats van schrijven. Een hoefafdruk staat voor paardrijden, een ster voor leidinggeven en twee poppetjes naast elkaar voor vrienden helpen. De achterkant van het vel kan ruimte bieden voor een nieuwe missie.

De figuur kan ook worden uitgeknipt zodra potlood, lijm of verf helemaal droog is. Laat een volwassene rond de zwarte buitenlijn knippen en een klein wit randje laten staan. Plak Jessie daarna op stevig karton. Met een gevouwen papierstrookje achter haar blijft ze rechtop staan en kan ze meedoen in een zelfgemaakt Toy Story toneel.

Een schoenendoos wordt zo een kleine versie van Bonnie’s kamer. Stukjes gekleurd papier vormen de muren, een lapje stof wordt het vloerkleed en blokken dienen als meubels. Jessie kan bij de deur staan als sheriff, een spoor volgen naar Bullseye of de andere speelgoedfiguren uitnodigen voor een nieuw spel. Iedere keer dat het decor verandert, ontstaat er een ander verhaal.

Wie liever een boekje maakt, kan de kleurplaat combineren met een paar lege bladen. Op de eerste pagina staat Jessie in Bonnie’s kamer. Op de volgende pagina wordt Bullseye vermist. Daarna volgt een tekening van de zoektocht en op de laatste bladzijde is de groep weer bij elkaar. Niet iedere pagina hoeft veel tekst te bevatten. Een paar tekeningen, pijlen en tekstballonnen zijn genoeg.

Deze Jessie kleurplaat uit Toy Story 5 kan daardoor precies zo eenvoudig of uitgebreid worden als op dat moment prettig is. Soms is een rustig kwartiertje met kleurpotloden genoeg. Op een andere dag groeien er een achtergrond, een doolhof, wollen haren en een compleet speelgoedverhaal rond dezelfde afbeelding.

Het rode potlood dat voor Jessies laars lag, heeft inmiddels misschien de hoed, de blouse en de vlecht bezocht. Of het is helemaal niet gebruikt omdat de cowgirl vandaag groen, paars en goud draagt. De sheriffster zit op zijn plek en Bullseyes sporen lopen al over het papier. Waar die sporen naartoe gaan, wordt pas duidelijk zodra iemand de kleurplaat uitprint, de eerste lijn tekent en Jessies nieuwe missie laat beginnen.